GEDICHTEN
Lief
Lief… ik wil vluchten, weg van hier,weg van deze wereld, weg van dit tranendal.
Ik wil met je dansen op die vrolijke weide,
ik wil met je lachen in die kroeg,
waar we ons laveloos drinken aan de luchtigheid.
Ik wil springen en rennen, voelen hoe goed de wereld is,
dat alle ellende voorbij is.
Lief… kijk me aan, lach tegen me en houd mijn gezicht vast…
Kus me dan. Zeg dat ik er toe doe, dat ik de moeite waard ben
en dat je lichtvoetig voor me blijft dansen.
Zeg dat de zon ons verwarmt en onze tranen droogt,
dat het hooi zoet ruikt en dat de kalfjes springen.
Zeg me dat je me liefhebt, streel me en klop op mijn schouder.
Verzeker me dat alles goed komt.
Er zullen weer ranonkels groeien, tormentillen,
het zal weer rieken naar varkens en koeien, de vijver rimpelt.
Het lover knispert en de zon verft gele dotjes in het gras en op de oever.
Lief… zeg me dat ik zingen mag, zing mee en lach.
Zeg me dat alles terug gaat naar toen
en dat we geen boete hoeven te doen omdat alles goed is,
dat de hemel is opgeklaard en de zonden zijn weggespoeld
door een kletterende bui van vergeving en vrijheid, vrolijkheid, vrede en voldaanheid.
Zeg me dat ik niet voor niets heb gehuild,
dat mijn tranen zijn gehoord, dat God ze heeft begrepen
en heeft ingegrepen in het maalwerk van dit leven.
Zeg me dat de grauwheid en zwartheid zijn verdwenen,
dat ik blij en bevrijd mag rusten in jouw armen, zonder zorgen,
zonder zweet, zonder zweren van een vertrapt verleden.
Lief… neem mij op en draag me naar huis…
neem mijn hand en leid me naar dat andere land,
daar waar de lucht zuiver is en de wind de wegen baant.
Waar God nog waart en geen wapens draagt.
Waar ik slapen mag als een lam, een kind, een kat, een vlinder.
Lief… als ik daar dan ben, vergeef me dat ik weer ga,
dat ik dit beeld in de eeuwigheid meeneem.
Houd me vast wanneer ik nog een keer adem,
mijn pijn uitblaas en jou verwelkom in het Licht.
Dat jij verdient te zijn waar ik dan ben,
in de gulle warmte van God, de Liefde, de Echtheid,
de Waarheid en de Wereld zoals Hij hem had bedoeld.
De eeuwige lente.
Zing dan dat lied, dat de zee laat zwalken,
dat de wolken laat wandelen, dat de bossen doet buigen.
Zing mij dat lied, opdat ik in slaap word gewiegd.
Laat me dan slapen en leg je aan mijn zijde.
Lief… houd vast en laat me gaan, maar ga dan mee.
© Frans Super, 14-5-2009
Of het Leven Mij
Mijn ziel een avond zalvenMet zuivere zinderende muziek
Voor jou zal ik niet mijn leven geven
Dat verdien je nooit en niet
In je ogen zag ik uitbundige liefde
Meende ik toen ik je nog kende
Ik spoel mij schoon met snelle beats
Uit mijn hoofd en hart moet die ellende
Ik wilde de wind vangen en jou geven
Alle waaiende woorden die waar waren
Had met mij nou maar gesproken
En had mij je verzwijgen willen besparen
Nou geloof ik je niet meer nu je van mij
De zon uit mijn hart hebt gestolen
Ik wilde je nog terug, was je maar even dichtbij
Maar je bent weg, vaarwel, je bent aan het dolen
Het huis is leeg, heel leeg om me heen
En ik vul het met dikke rokende luide muziek
Ik schreeuw dat ik wilde dat ik zelf verdween
Maar alleen degeen die van jou hield
Laat me gaan en laat me je vergeten
Dan kan ik verder zonder jouw mij
Dan hoop ik dat ik alles kom te weten:
Hoe vind ik het leven terug of het leven mij
(c) Frans Super, 21-2-2009
Marsepijn
Waren mijn pillen maar van marsepeinMijn tranen steeds een glaasje wijn
Was een sneer naar mij een blije lach
Deed gewoon leven maar niet zo’n pijn
Was het maar donderdag elke dag
Elke donderdag dat ik jou zag
Ik zou er heel mijn leven voor geven
Het is dit waarop ik zolang al wacht
Misschien zal ik het nog ooit beleven
Zo abnormaal als op mijn stappen zweven
Even vreemd als het paradijs op aarde
Net zo raar als eeuwig leven
Want dood die ik in de ogen staarde
Schijnt van een grotere eeuwigheidswaarde
Dan geluk, blij gemoed, onbezwaarheid
Van alle marsepein die ik bewaarde
Nog geef ik niet op die ongelijke strijd
Die niet gevoeld wordt maar bereid
Ver van redelijkheid en de natuur
Steeds in mijn hart een scheurtje snijdt
Zo wordt liefde banaal en zonder vuur
Wordt spijt de bron elk donderdags uur
Wordt boosheid en slapte een tweede natuur
En elke pil en traan oneindig duur.
(c) Frans Super 12-10-2014
Wit
Een wilde verstilde kilte,Een moment na de tijd,
Een plek buiten de ruimte,
Waar sereniteit gedijt.
Een mens was er nog nooit gezien,
noch ben ik er geweest.
Enkel heerst de spanning daar
van het overleven van een beest.
De dag is kort, de nachten koud.
Wat week is zal 's nachts sneuvelen.
Dan staakt de mist en wind steekt op,
Want weerom gaat het sneeuwen.
Ik was hier nooit en toch ben ik er.
Het is een glad icoon.
Het is dichtbij maar lijkt heel ver,
En dat lijkt doodgewoon.
Daar vind ik jou en je handen koud,
Een toevlucht is er niet.
Je geeft me elke herinnering terug,
Elke lach en elk verdriet.
Je wacht op mij en dekt me toe,
Ik warm langzaam op.
Ik denk aan ons en word dan kalm
Zodra mijn denken stopt.
© Frans Super, 4-2-2014
Zijn het de ogen
Zijn het de ogen, is het de lucht,
Is het de liefde waarom ik zucht?
Geurt het naar herfst, schijnt het als
zon,
Is het iets dat ik enkel verzon?
Zijn het de lippen, is het de stem,
Is het dat ik in onzekerheid zwem?
Ruikt het als rozen, smaakt het naar
meer,
Is het waar ik al eeuwen op teer?
Zijn het haar handen, is het haar
streling,
Is het dat ik verlang naar haar heling?
Straalt zij de warmte, als schaduw zo
koel,
Is zij wie ik voor altijd bedoel?
Een glimlach, een schaterlach, een
stralende middag,
Ze tovert een bloementuin voor mij elke
dag.
Ik zoek haar, ik roep haar, ik wil haar
steeds zien,
Maar triest is dat ik haar nimmer
verdien.
©
Frans Super 13-11-2014
Wind-dicht
Blasé staan vier beauforts
Te stretchen tegen mijn flat.
Het lijken Riders van the Doors
On the storm, vooral daarnet.
Ik houd ervan, dat woest gebrul
Dat atonale van moeder Natuur.
Muziek waarnaar je luisteren zul,
Voorbij het middernachtsuur.
Het spel is, of het raam het houdt,
Dat op een nietig haakje slechts
De kierstand amper nog vertrouwt;
Dan plots klapt ‘t raam naar rechts!
Twee van de nu toch vijf beauforts
Trappelen in de scherven op mijn bed
Als wilde paarden, horse by horse
Het raam, ikzelf ook, hevig ontzet.
Ik neem de wijk en sluit de deur,
Ik zoek het belendend drogerop,
Geen trek in nachtelijk glasgezeur
Ik zoek als bed mijn canapé wel op.
Daar weet ik me verschanst en safe
Met kussens en een plaid
Terwijl ik nog een beetje beef
Voor slaap en droom gereed.
Al wie verstandiger dan ik
Zijn venster reeds had gesloten:
Goedenacht, slaap zonder schrik,
Hoewel ik een beetje heb genoten.
(C) Frans Super 8-3-2019
Deuntjes
De wind fluit deuntjes
in de sponning van mijn raam en
neuriet daar heel schrander
wat bassen tussendoor.
Een slaapliedje want rozig
bolt het gordijn en rolt
mijn ene oog en het ander
in zijn kas om van de slaap.
Door 't gezoem een beetje
buiten niet zo veilig als hier
binnen waar mijn slaapzander
bijna mijn mijmerij begint.
(8 uur later)
De deuntjes fluiten rustig door
de duif koert een van zijn eigen.
Ik vind het veel te fraai en mooi
dat ik beter nog kan zwijgen...
(c) Frans Super 27-1-2019
Reacties
Een reactie posten