GEBLOKKEERD

Met "Geblokkeerd" als subtitel heb ik een aantal stukken geschreven, die eerder op een andere blog waren gepubliceerd. Hieronder publiceer ik ze nog eens en voeg eventueel nieuwe toe. De meest recente staat vooraan; de oudste achteraan.


SCHAAKMAT

“Hallo Jaap”, zei ik tegen mijn grote vriend.
“Hoi!” was zijn reactie.
“Tijd voor een kop koffie?”
“O ja hoor, graag.”
Terwijl we onze vaste koffieplek betraden vroeg hij hoe het met mij ging.
“Gaat wel”, zei ik, “En met jou?”
“O, perikelen van de 21e eeuw.”
“Nou, dat verbaast me niks,” was mijn nietszeggende antwoord.
“Ik ben op internet stukken aan het lezen over politiek en corruptie. Alles gaat goed totdat je naar een andere website gaat, want dan krijg je te zien ‘Kan de inhoud niet weergeven’. En ik begreep niet waardoor.”
“Ik denk na…”, zei ik.
Twee dampende kopjes koffie voor ons met een koekje.
“Mijn rekening voor internet had ik nog niet betaald”, vervolgde Jaap. “En dat komt, doordat ik ben overgestapt naar een andere bank, en de internetprovider dat nog niet heeft verwerkt.”
“Maar dan krijg je toch eerst een herinnering en misschien een aanmaning?”
“Dat dacht ik ook. Die heb ik niet gehad en toch werd gisteravond mijn internet uitgeschakeld.”
“Dat vind ik niet netjes. Welke club is dat?”
“Ach, Telgo, Teleline, On2 of Zigfort, doet er niet toe. Eén pot nat.”
“En nu?”
“Nou, eerst had ik niks in de gaten, en dacht ik dat het aan mijn modem lag. Dus eerst die gereset. Dat hielp 5 minuten, maar toen hield het echt op. Intussen blijk ik dus mijn hele mobiele databundel al te hebben opgemaakt!”
“Hoe dat zo?”
“Ik heb ook een aantal YouTube-video’s bekeken op mijn telefoon en die liep op 4G in plaats van wifi. Snap je het nog?”
“Jawel, ga door.”
“Van 11 uur tot half 2 heb ik geprobeerd uit te zoeken of ik die internetrekening kon voldoen en of ik extra tegoed op mijn telefoon kon krijgen. Dan kom je erachter dat je beide niet kunt, omdat je daar internet voor nodig hebt. Mijn mobiele databundel was OP. Dus ik kon ook niet onderdanig naar de internetprovider bellen om mijn internet weer aan te zetten. En zonder een internetverbinding kon ik die rekening niet betalen of extra tegoed kopen.
“Schaakmat”, merkte ik op.
“Exact.”
“Is het nu wel opgelost? We zijn intussen 12 uur verder.”
“Nee. Ik moet een van de buren vragen of ik met hun wifi het internet op kan. Dan kan ik de rekening voldoen én mobiel tegoed kopen.”
“Dat heb je al geprobeerd?”
“Ja. Maar de ene buurvrouw kon haar wifi-wachtwoord niet vinden en de andere buur was niet thuis.”
“Bah, kennelijk werkt deze  tijd zo. De overheid verplicht je om alles via internet te regelen, en ook met bedrijven kun je alleen online zaken doen. En dan kom je in zo’n doodlopend straatje.”
“Exact. Als je dan ook nog eens ergens anders rekeningen moet betalen en op deze manier vastloopt, gaat het stuk voor stuk allemaal extra geld kosten en kijk je ineens weer tegen een schuld aan.”
“Bizar verhaal, Jaap. Maar kom, we gaan bij mij thuis even die zaken regelen.”
Ik rekende de koffie af en nam Jaap mee naar mijn huis.

(c) F.J. Super 15-1-2018


RECLAME

Terwijl ik in een gratis huis-aan-huiskrantje bladerde zette Jaap een forse dampende mok koffie voor me neer. Dat krantje had ik thuis uit mijn brievenbus gevist en meegenomen, voordat ik naar mijn vriend Jaap kuierde.
“Krijg jij die dingen in je brievenbus?” vroeg Jaap.
“Jazeker,” antwoordde ik, “Hoezo?”
“Ik heb een ‘nee-nee’-sticker op de brievenbus. Die wordt soms al genegeerd. Een overijverig weerbarstig knulletje of grietje stopt alsnog een streekkrantje of stapel reclamefolders in mijn brievenbus. Moet ik dan koeiegroot erop zetten ‘NEE gotverdomme NEE, zout op met je fokking krantjes en reclamezooi’?”
“Hahaha! Zou je wel bijna moeten doen hè?”
“Ik vertelde het aan Janny, de buurvrouw hier op de derde verdieping. Zij zei: ‘Maar die bezorgers moeten toch ook ergens hun centjes aan verdienen?’ Ja en? Maar daar wil ik niet onder lijden. Ik wil echt geen reclamefolders en lokale krantjes. Dat zei ik, maar zij schudde afkeurend haar hoofd en zei: ‘Pas maar op.’”
“Nee, die sticker moet gerespecteerd worden. Daar heb je gelijk in.”
“Ja vind ik ook”, zei Jaap.
“Ik heb een adblocker op internet”, vertelde ik. “Maar websites kunnen dat zien met een cookie.”
“Ja, ja?”, stimuleerde Jaap.
“Vandaag was ik op een site me verzocht om mijn adblocker uit te zetten.”
“De brutaliteit!” siste Jaap.
“Er stond een verwijzing bij naar een informatiesite 'internetisnietgratis', maar ik dacht: ‘Inderdaad, daarvoor betaal ik mijn provider en niet jou, bandiet!’ Ik heb toch niks met het verdienmodel van hun nieuwssite te maken? En ik hoef dus ook niet overal gordijnen met reclames voor en tussen te hebben! Donder op met je achterlijke drogredenering!”
“Precies”, zei Jaap. "Zij willen zo graag gratis nieuws brengen. Ofwel: jij hoeft niet aan voorwaarden te voldoen.”
“Maar als ze dat gratis doen onder de conditie dat ik die reclameshit moet blijven zien, is het niet onvoorwaardelijk.”
“Stel je voor”, zei Jaap. “Over een tijdje doet PostNL het voorstel aan de overheid om post bij burgers te bezorgen, als ze daar reclameflyers tussen mogen stoppen. Nee, dat mag NIET! Van mij mag het niet; van de overheid waarschijnlijk wel, want die nemen altijd het besluit dat lijnrecht tegenover een rationele optie ligt. Maar dan plak ik mijn brievenbus helemaal af, dus helemaal geen post meer!”
“Nou, ook op je smartphone…”, begon ik.
“Ja die heb ik niet”, gispte Jaap.
“… schieten overal reclameboodschappen tussendoor. Het is zo verschrikkelijk dat ik soms als een psychopaat op het schermpje zit te tikken met een hamervinger, om die ‘ad’ weg te krijgen. In zo’n woedeuitbarsting zou ik nog wel eens met die smartphone kunnen gaan smijten. Dat is schadelijk voor de telefoon en de voorwerpen die hij raakt.”
“We zijn gewoon de klos”, zei Jaap. “Je wordt op de één of andere manier gedwongen om reclame en andere boodschappen van algemeen onnut te zien en te absorberen.”
Ik dacht aan reclamezuilen langs de weg en aan héél grote reclamezeilen in een frame aan de gevel van een gebouw. Maar die kun je negeren, tot op zekere hoogte.
“En ik wil me niet aan zo’n verplichting onderwerpen. In het aanbieden van reclames moeten bedrijven terughoudend en wat onderdanig zijn. Vrijheid van bestookt worden met reclame zou een mensenrecht moeten zijn.”


(c) Frans Super, 26-2-2016

DE CIJFERS KLOPPEN NIET

'Hans!' riep Jaap.
'Jaap!' riep ik terug, 'Hoe is het, ouwe reus?'
Jaap was immers een grote, wat slungelige man met schoenmaat 48. Hij leefde allesbehalve op grote voet.
'Nou best eigenlijk. Kom ik trakteer jou eens op een kop koffie.'
Ik liet me makkelijk overhalen en dus slenterden we ons bekende café binnen.
'Heb je Manchester tegen Bayern gezien?' vroeg ik.
'Nee', zei Jaap, 'Wanneer was dat dan?'
'Gisteravond?' alsof het voor iedereen vanzelfsprekend was, 'De kwartfinales van de Champions' League', vulde ik aan.
'Ja daar krijg ik al een tijd niks van mee hoor', wierp Jaap tegen, 'Mijn tv is stuk.'
'Hè, wat jammer nou.'
'Ach... twee maanden geleden begon het met onzuivere signalen van de provider. Het beeld en geluid werden steeds gestoord, met hele scherpe knettertonen ertussendoor. Die ouwe tv kon daar niet tegen en heeft het begeven - een beeldbuistv was het nog.'
'Botte pech, jongen.'
'Een geluk bij een ongeluk: een week later liep mijn abonnementsperiode af. Ik heb dus opgezegd.'
'Haha!! Dat is wel handig ja. Maar goed - nou heb je dus geen tv meer.'
'Nee, inderdaad. Erg hè?' zei Jaap met een hele opgewekte glimlach; ironischer ging niet. 'Ik heb wel nog internet. En daar kan ik sommige dingen toch zien. Ik had dus ook die wedstrijd kunnen zien op de site van de NPO.'
'Goh ja...', realiseerde ik me.
'Zo wordt wel alles allengs goedkoper', zei Jaap.
'Hoe bedoel je?'
'Mensen beseffen niet dat ze alles drie- of vierdubbel hebben en dus veel teveel uitgeven.'
Jaap zag dat hij mijn volle aandacht had en ging verzitten. Hij plantte zijn ellebogen op het tafeltje en schoof het koffiekopje een stukje voor zich uit. Het was leeg en maakte door zijn schelle geluidje duidelijk dat hij weer gevuld wenste te worden. Ik wenkte de bediende.
Met een wat zachtere stem, maar nu veel scherper articulerend zei Jaap:
'Ik kan sommige programma's op internet zien. Internet wil ik houden, ook al is dat de grootste kostenpost van de drie: tv, internet en telefoon. Die vaste telefoon was alleen voor de sier en een tv-aansuiting in de slaapkamer vind ik onzin. Dus: tweede tv eruit en de vaste telefoon weg, dat scheelt me al bijna 20 euro per maand. Nu ook nog de eerste tv weg, dat is weer 6 euro eraf.'
Jaap was in zijn element.
'Leni was er eerst niet blij mee, dat de tv van de slaapkamer verdween. Maar ze is inmiddels flink aan het lezen. En een avondje vrijwilligerswerk doen.'
'Wat aardig!'
'Ja, ze helpt mensen met de administratie thuis. Daar komt wat voorbij jongen!!'
'Kan ik me voorstellen', jokte ik; ik wist niets van andermans sores.
'Sommige mensen hebben hele kratten ongeopende post onder een tafelkleedje - ze willen het niet zien. Of zo iemand stuurt een rekening van de zorgpremie ongeopend naar de schuldhulpverlening met daarop gekalkt: "Help, ik zie het niet meer zitten". Dan ben je ver van het padje.'
'Nou en of', zei ik geschrokken.
'Je snapt het niet hoor. Leni hoorde op een vrijwilligersavond hoe sommige mensen erbij zitten. Ze hebben dik dertigduizend euro schuld en moeten rondkomen van een uitkering op bijstandsniveau. Dan vraag je je af - hoe komt het zover?'
'Me dunkt - dat is werkelijk schrijnend.'
'Inderdaad', ging Jaap door, 'Maar sommigen zijn echt niet zielig; die denken dat het vanzelf over gaat en blijven maar kopen bij al die postorderdingen en webwinkels. Dan heeft er een zijn mobiele telefoonabonnement niet betaald, wordt het ding afgesloten, schaft hij elders een nieuw abonnement aan en komt daarmee in zo'n zelfde situatie. Totdat hij bij drie providers voor elk meer dan duizend euro in de penarie zit.'
Ik lachte van schrik en ongeloof.
'Niet alles komt door de crisis', zei Jaap en staarde naar buiten, 'Veel is ook hebzucht, overbesteding, geen notie hebben van de inkomsten en uitgaven. Sjonge, wat moeten mensen nog veel leren.'
'Maar gelukkig helpt Leni daarbij', vulde ik aan.
'Nou...', temperde Jaap, 'Leni weet ze aardig op scherp te zetten, die mensen. Dan zegt ze tegen hun: "Vind je het zo leuk om meer rente te betalen dan de prijs van je spullen?" en dan zit ze juist met hun over de facturen van de Wehkamp en Otto gebogen. Ze heeft haar vorige klantje zover gekregen dat die een pakket splinternieuw goed terugstuurde naar zo'n toko. En meestal komt het omdat die mensen hetzelfde willen als de buren: nieuwe kleren, nieuwe gadgets in en om het huis, de schijn van rijkdom en gulheid. Maar dat ze zelf net iets meer dan de helft verdienen van wat de buurman aan salaris heeft, dát realiseren ze zich niet.'
'Werkt dat zó, Jaap?'
'Ja Hans. Leni komt bij ze thuis en zegt: "Ha je vakantetoeslag is er, dan kun je die ene schuld afbetalen", en dan sputtert die mevrouw tegen: "Ja maar we moeten ook nog op vakantie kunnen". Maar Leni zegt dan gewoon: "Nee, iemand die schulden heeft kan niet op vakantie. Die moet een jaartje overslaan, misschien wel twee". En zo is het.'
'Juist!'
'Nou, maar zulk gedrag komt ergens vandaan hè?'
'Eh ja...?'
'Men wordt wel op alle fronten tegelijk erg verleid om maar te kopen en te kopen. En zoveel verlies lijden de bedrijven ook niet op wanbetalers.'
'Ik heb geen idee.'
'Een webwinkel verkoopt een kledingstuk voor 50 euro. Daar zit 30 euro winst in. De koper betaalt niet en krijgt een herinnering, een aanmaning en een dwangbevel of zo. Intussen heeft het bedrijf de vordering al verkocht aan een incassobureau, bijvoorbeeld voor 20 euro. Dat bureau stuurt ogenblikkelijk een aanmaning voor de oorspronkelijke 50 plus een prak 'kosten' erbovenop. De schuld loopt in een paar maandjes op met 60 euro tot 110 euro. Weer later sturen ze een deurwaarder langs en dat alleen al maakt de rekening nog eens 80 euro hoger, dus nu 190 euro. Wanneer een klant dan in de WSNP terecht komt krijgt dat incassobureau een aanbod van bijvoorbeeld 30% van de vordering, dus zeg 57 euro. Die accepteren ze, en hebben dan 37 euro meer ontvangen op de vordering, waarvan ze hun kosten betalen zoals die deurwaarder.'
'Ach zo...'
'De cijfers kloppen vast niet. Maar feit blijft dat het lucratief is om vorderingen van leveranciers op te kopen.'
We bestelden onze derde rondje koffie. Lavazza gebruikten ze hier, erg lekkere koffie.
'En, gaan Leni en jij samenwonen?' vroeg ik aan Jaap.
'We hebben nog geen plannen in die richting. Het is natuurlijk voordeliger, maar onze beide woningen zijn nét iets te krap voor de spullen die we willen houden. En de eenmalige kosten van zo'n operatie vallen tegen.'
'Ook dat nog', mummelde ik.
'Maarrr...', roffelde Jaap, 'Het zou toch zo maar ineens kunnen gebeuren.'
Weer die brede glimlach en een twinkeling in zijn ogen.
'Nou, volgende keer mag je mij weer trakteren', lachte Jaap en stond op om te gaan.
'Tabee, jonge reus', zei hij tegen me.

Jaap was twee jaar jonger dan ik. Hij moest een lintje krijgen, vond ik.

(C) Frans Super 30-1-2016


EEN VACATURE BIJ DE BANK

Jaap belde bij me aan voor een onvermijdelijke kop koffie.
'Hoe gaat het met je sollicitaties?' vroeg ik toen we ons aan de keukentafel hadden geïnstalleerd.
'Ik lijd daaronder', zei Jaap, 'Om steeds maar nul op het rekest te krijgen, niet teruggebeld te worden maar zélfs geen kort briefje dat ik het niet ben geworden.'
'Helemaal niks?'
'Echt, geen geluid, geen papier, niets.'
'Dat is best wel onbeschoft', zei ik en meende dat uit de grond van mijn hart.
'Ja, ik meende onlangs trouwens beet te hebben: een leuke baan bij een bank via een vacature op zo'n beroemde site.'
'Ah ja.'
'En het ging erom spannen, want ik was bij de laatste vier', voegde Jaap toe.
'Oh mooi. En?'
'Niks natuurlijk.'
'Vertel?'
'Nou, ik zou woensdag bellen met Annet, zo'n intercedent. Maar woensdag werd niet opgenomen, donderdag ook niet. Pas vrijdagmiddag kreeg ik iemand aan de lijn. Dat verliep zo:
"Met wie?" zegt de jonge vrouw aan de andere kant van de lijn.
Ik herhaal mijn naam ernstig gearticuleerd in mijn mobieltje.
"Ik heb afgelopen dagen meerdere keren geprobeerd u of uw collega Annet te bellen, in verband met de vacature bij de bank".
"O ja, goed dat u zelf belt", zegt Aline.
Ik denk: what the fuck; natuurlijk bel ik zelf; je belt mij toch niet?
"Ja, jullie hadden mij deze vacaturetip gestuurd."
"Ja. O en waar belt u nu voor?" 
Nou nóg gekker… Wat een onbeleefde vraagstelling!
"Ik ben geïnteresseerd in die functie, daarover wil ik ingesprek en met jullie…"
"Ja sorry, ik moet u vertellen dat de vacature tijdelijk is ingetrokken door ontwikkelingen bij de bank."
"Goh, wat jammer – ik heb me er dagenlang op verheugd een afspraak met een van jullie te kunnen maken."
"Maar Annet zit nu op een ander project en ik had een aantal dagen verlof."
Ik kreeg een acute beroerte, ik trok wit weg en kreeg het koud. Ik mompelde kort ‘bedankt’ en ‘tot ziens’ en sloot het gesprek, voordat ik onbedaarlijk zou beginnen te vloeken.'
'Afgrijselijk!', viel ik Jaap bij.
'Morgen zit ik bij de gemeente, een gesprek met mijn werkcoach. Het is geen doen zo voor mij. Ik ben toch te oud; ik word nergens voor gevraagd. Ik ben het méér dan zat.'
Later hoorde ik van Jaap, dat hij vanwege de deprimerende effecten van dit nutteloze gesolliciteer, was vrijgesteld van sollicitatieplicht. Hij was er blij mee, want geen baan hebben is al geen pretje, maar steeds worden afgewezen, al dan niet in volkomen oorverdovende stilte, is nog véél erger.

(c) Frans Super, 3-11-2015


KRUIM IS OOK TABAK


Het wil maar geen winter worden. Op mijn regelmatige strooptochten door de stad (ik mag graag gratis verschijnselen oprapen die ik in een blogje kan prakken) merk ik een lenteachtige opgewektheid onder het winkelende publiek. Het is weliswaar woensdag, maar er struinen zaterdagse menigtes van winkel naar winkel.
Toen ik nog een middelbare scholier was, mocht ik al graag bij de Hema rondkijken op de afdeling kantoorartikelen. Altijd zaten er leuke hebbedingetjes tussen die ik best zou willen aanschaffen, maar niet nodig had. Dan bleef het dus bij kijken, want voor iets dat wel erg leuk is, maar niet nuttig, heb ik het geld niet over.
Bewonderend bestudeerde ik deze keer de verschillende soorten balpennen. Ten opzichte van de goedmoedige jaren 70 van de twintigste eeuw was er in dat aanbod niet veel veranderd, behalve de kleuren en doorschijnendheid van de penhouders. Likkebaardend voelde ik hoe een wat dikker exemplaar degelijk in mijn vingers paste. Ik veronderstelde dat ik daar lekker mee zou kunnen schrijven. Maar ik wist dat ik nog een schoenendoos vol balpennen thuis had, zowel krijgertjes als vondelingen, die - indien qua mechaniek al stuk - minstens tot de helft van hun aantal naar elkaar toe konden worden gekannibaliseerd.
'Zoek je een pen?' vroeg Jaap schuin achter mij en ik schrok even op uit mijn pennendroom.
'Hee, Jaap!' zei ik, omkijkend, 'Nee, ik heb niks nodig.'
'Ik heb anders pennen genoeg', zei hij.
'O?' was mijn uitvoerige reactie.
'Ja, telkens wanneer ik bij het UWV vandaan kom, heb ik op de een of andere manier weer zo'n ding meegekregen. En ook bij al die voorlichtingen, sessies, trainingen en workshops.'
'Me dunkt ja.'
Ik wist niet of ik blij was Jaap nu te ontmoeten. Hij was mijn vriend, maar zijn situatie maakte hem cynisch en neerslachtig. En dan waren zijn verhalen niet steeds even gezellig.
'Jij iets nodig?' vroeg ik.
'Ja ik wil zo'n harmonicamap hebben waar je je sollicitatiepapieren in kunt bewaren.'
Ik zag zo'n map in gedachten voor me en we liepen automtisch samen langs de schappen. We vonden ze: de harmonicamappen. Doorzichtig blank plastic, wat stijf en een klep die steeds terug wilde in zijn gesloten positie, zodat de papieren zouden scheuren of uit je handen zouden vallen. Ze erin krijgen leek me redelijk uitgesloten.
Toch zei Jaap: 'Ja, precies wat ik zoek'.
Ik liep mee naar de kassa, Jaap rekende af (kleingeld) en samen gingen we naar buiten. Ik stak en sigaret op en bood Jaap er een aan. We besloten bij het koffiehuis te gaan zitten. Buiten op een bankje lagen plaids en er stond een terrasverwarmer aan.
'Heb je veel sollicitaties lopen?' vroeg ik aan Jaap.
'Nu heb ik er vijf open staan', zei hij, 'maar heel vaak ook meer dan tien tegelijk.'
Als ik een zaak had gehad, zou ik Jaap meteen een baan aanbieden. Ik wist hoe degelijk hij was - op het saaie af - en hoe betrouwbaar. Maar als freelancer had ik geen werk te verdelen.
Die harmonicamap had 20 vakken; zijn lopende sollicitaties pasten daar dus wel in.
De onvermijdelijke koffie kwam eraan.
'Kom je wel rond, Jaap?'
'Nou', zei hij, 'het wordt al maar lastiger. Ik heb het bedrag voor mijn OV-chipkaartsaldo van 50 naar 20 euro gezet maar mijn uitkering is nog nét teveel voor huur- en zorgtoeslag. Wel kreeg ik een naheffing van de IB over het vóór-vorig jaar.'
Ik monsterde of ik hem weer eens wat moest toestoppen. Ofschoon het me niets deed om het uit mijn eigen portemonnee te halen, voelde ik een weerstand om het Jaap te geven, omdat hij zich daardoor schlemielig zou kunnen voelen. Het onderwerp middelen van bestaan was snel voorbij en ik vroeg me af of ik wat flauwe moppen aan hem kwijt kon.
Tegen de tijd dat we weer elk ons weegs zouden gaan haalde Jaap een ronde bus tabak en wat andere zaken tevoorschijn uit zijn tamelijk verfomfaaide plastic Lidl-tas en begon sigaretten te klikken. Ik keek aandachtig mee en zag dat de bus bijna leeg was. Jaap prutste zo goed en zo kwaad het ging de tabaksgruis in de filterhulzen. Even hard strooide het er ook weer uit, maar dan draaide hij de toppen van de sigaretten met wat speeksel tot een puntje.
'Dat is toch niet te roken?' opperde ik.
'Jawel', zei Jaap, 'Kruim is ook tabak.'
'Doe even zóeen', zei ik en bood hem weer een van mijn sigaretten aan. Hij nam mijn sigaret, maar maakte toch 5 kruimpeukjes klaar.
'Ik gooi ook geen brood weg', zei Jaap. 'Ik vries de boterhammen per 4 in een zakje in.'
We gingen er even over door en ik begreep het helemaal. Met geen mogelijkheid kon je Jaap ooit met een auto naar de supermarkt zien tuffen - hij had geen auto - om daar te ruziën over een parkeerplek zo dicht mogelijk bij de ingang. Anderen zouden het liefst met de auto langs de schappen snorren. Ook zou Jaap geen A4-tje als boodschappenlijstje gebruiken. Hij was altijd in een mum van tijd klaar, omdat hij alleen kocht wat hij per se nodig had - en dat was steeds hetzelfde minimale pakket dat in een tamelijk verfomfaaide plastic Lidl-tas paste. Hij kocht geen roompaté of flesje wijn, geen drie soorten snijvlees of Nespresso-cups, geen biefstukken maar gehakt en geen vrije uitloopeieren maar legbatterij-dingen. En groenten die in de aanbieding waren.
Zo kon hij het wel redden.
'Ik heb wel een nieuwe lage ladenkast om mijn tv op te zetten', zei Jaap met een vrolijke smile.
'O wat voor iets?'
'Hij stond buiten op straat bij de vuilcontainer', zei hij, 'en ofschoon de pootjes eraf waren gehaald en er naast stonden, zag het geheel er goed genoeg uit. Even goed afschuren, een beitsje erover en hup, helemaal geschikt.'
'Ja dat is leuk. Afdankertjes en krijgertjes zijn erg handig.'
'Precies. Mensen gooien teveel weg, nog steeds. En dat is maar goed ook, want er zijn er genoeg die dat goed kunnen gebruiken.'
Wie nu denkt, waarom hangt Jaap de tv niet aan de muur, zoals de meesten tegenwoordig, moet weten dat Jaap nog steeds een prima werkende televisie heeft met een glazen beeldbuis. Zo'n apparaat meet van achter naar voor nog minstens 50 centimeter. Het kan nog uitstekend, want ik heb herhaaldelijk bij Jaap meegekeken naar Champions' League en Studio Sport.
Ik nam me voor gauw weer eens naar Jaap te gaan. Dan zou ik een pak koffie en een lekkere cake meenemen. En dan ergens een biljetje van 20 of zo neerleggen; in zijn keukenlade bijvoorbeeld. Ik stelde me zo voor dat als hij weer eens op zoek was naar een restje tabak, een verdwaald vloeitje of een aansteker, hij ook weer in die keukenlade zou graaien. Dan kwam hij dat briefje van 20 wel tegen. Kruim is ook tabak.


© Frans Super, 13-02-2014


GEBLOKKEERD

Kortgeleden trof ik Jaap in de stad. Het was een natte, maar best warme dag en ik had er behoefte aan om op een terrasje koffie te drinken met een sigaretje erbij. Daar zat ik dan. En toen kwam Jaap aankakken.
‘Hé Jaap!’ riep ik.
‘Hoi’, zei hij minder uitbundig dan ik, en met een blik naar links en rechts boog hij in de loop naar mij af en kwam bij mijn tafeltje staan.
‘Hoe is het?’
‘Goed’, zei hij met een toonvalletje, dat verried dat dit niet het echte antwoord was.
Ik keek omhoog naar Jaap, die lange vent. ‘Kom even zitten.’
‘Nou ik eh..’ terwijl hij half achterom keek en met zijn duim daarheen wees. Hij ging zitten, ik zorgde dat er twee koffie kwamen en ik stak een sigaretje op.
‘Ik ben onderweg naar huis’, zei Jaap.
‘Lekker weer voor een wandeling’, viel ik bij.
‘Ja, maar verder niet zo’, leidde Jaap in.
‘Wat dan?’
‘Ik wilde naar Leni’, zei Jaap, ‘Maar mijn OV-chipkaart is geblokkeerd.’
‘O ja…’, brabbelde ik.
‘Nu ga ik naar huis, hopende dat Leni mij een e-ticket kan toesturen, die ik dan kan uitprinten.’
‘Oké. Goh, kon je niet een ticket uit de automaat kopen?’
‘Nee. Ik heb geen saldo.’
‘Verdorie, dat is lastig.’
‘Ja. Er staat wel genoeg saldo op mijn OV-chipkaart, maar die is geblokkeerd omdat ze het bijgeschreven bedrag niet van mijn bankrekening konden innen.’
Ik fronste mijn wenkbrauwen, want ik zag ineens de contouren van een stuk onrecht.
‘Daar kwam ik dus zojuist op het station achter’, vervolgde Jaap, ‘en nu loop ik terug naar huis want de bus kan ik ook niet nemen.’
‘God jeetje nee’, bracht ik uit.
‘Mijn uitkering komt pas komende woensdag.’ Dat waren nog vijf dagen, rekende ik uit.
Ik vroeg me af waarom hij dan zonodig op reis moest gaan naar Leni en alsof hij raadde wat ik dacht, gaf hij het antwoord.
‘Leni kan me met enkele tientjes tot woensdag helpen. Ze kan het niet storten, want dan blijft mijn rekening in het rood; daarom zou ik het bij haar ophalen.’
‘O ja… dat heb je dan ook nog.’
In mijn hoofd raasden nutteloze ideeën door elkaar om een gaatje voor Jaap te vinden, totdat het briefje van vijftig in mijn portemonnee zich meldde. Ik redeneerde wel even, dat Jaap alsnog naar Leni zou gaan, omdat ze nu eenmaal een goede vriendin van hem was.
‘Hier. Ga lekker eten kopen en relax.’
Ik overhandigde hem het briefje van vijftig, zonder dat het de andere terrasgasten zou opvallen.
Hij nam het aan en zei toen: ‘Wow! Nou eh… Ja dankjewel!’
In het verdere gesprek sputterde Jaap nog wel even tegen, maar het was toch welkom en toen we elkaar tot ziens zwaaiden, zag ik hem de hoek om gaan richting supermarkt.

Ongeveer een week later trof ik Jaap weer. Hij frommelde een briefje van 50 in mijn borstzakje.
‘Het was een gouden actie van je’, zei hij. ‘Toen ik thuis kwam met boodschappen wilde ik de e-ticket van Leni uitprinten. Maar dat ging niet want mijn inktpatronen waren leeg. Maar door jou kon ik alsnog naar Leni.’

Ik publiceer dit omdat ik de belevenis van Jaap nog eens heb overdacht. Ik schrok ervan dat een tekort blijkbaar niet te compenseren valt zelfs als je elders een tegoed hebt. Jaap lijkt in een strafbankje te zitten, nu hij van een uitkering moet leven. Het klopt volgens de regels allemaal, maar als het iemand geschakeld en gestapeld overkómt, voelt het als onrecht. En misschien zijn die regels allemaal samen wel onrecht.

© Frans Super, 25-10-2013


WEER GEBLOKKEERD

Om te beginnen sta je een half uur in de wacht. Een voordeel, dat ik via mijn eigen wifi kan bellen, anders zou ik niet eens het telefoongesprek kunnen voeren. De vrouwenstem zegt om de zoveel seconden “…nog een ogenblik geduld alstublieft.” Onze taal heeft alleen niet ondubbelzinnig vastgesteld wat een ogenblik is. Intussen trekken de ogenblikken echter als een school glinsterende vissen aan me voorbij. Ook met mijn geduld is het slecht gesteld. Er is een omgekeerde correlatie tussen die grote hoeveelheid ogenblikken en dat geduld. Mijn oproep beëindigen? Dat is uitstel van executie, want het gaat om geld dat ik niet heb en wel zou moeten betalen, tenzij ik de partij aan de andere kant van de lijn op betere gedachten weet te brengen.

[nog voltooien]

Reacties