Wind-dicht Blasé staan vier beauforts Te stretchen tegen mijn flat. Het lijken Riders van the Doors On the storm, vooral daarnet. Ik houd ervan, dat woest gebrul Dat atonale van moeder Natuur. Muziek waarnaar je luisteren zul, Voorbij het middernachtsuur. Het spel is, of het raam het houdt, Dat op een nietig haakje slechts De kierstand amper nog vertrouwt; Dan plots klapt ‘t raam naar rechts! Twee van de nu toch vijf beauforts Trappelen in de scherven op mijn bed Als wilde paarden, horse by horse Het raam, ikzelf ook, hevig ontzet. Ik neem de wijk en sluit de deur, Ik zoek het belendend drogerop, Geen trek in nachtelijk glasgezeur Ik zoek als bed mijn canapé wel op. Daar weet ik me verschanst en safe Met kussens en een plaid Terwijl ik nog een beetje beef Voor slaap en droom gereed. Al wie verstandiger dan ik Zijn venster reeds had gesloten: Goedenacht, slaap zonder schrik, Hoewel ik een beetje heb genoten. (C)...